De overheid als regisseur van verduurzaming? Forget it!2 minuten leestijd

Nu de elektromotor van de duurzaamheidstransitie op steeds meer plekken aan gaat, wordt er gekeken naar gemeenten als regisseur. Citaat van Minister Wiebes (Economische Zaken & Klimaat): ”Gemeenten zijn mijn meest geliefde partner bij het realiseren van de klimaatdoelstellingen”. De Nederlandse burger lijkt deze voorkeur te delen. Een recent onderzoek van I&O-research laat zien dat de burger vooral afwacht wat zijn of haar gemeente doet. De roep om gemeente als regisseur is dus sterk aanwezig. Het probleem? Gemeenten in Nederland zijn helemaal niet voorbereid op deze regierol.

Waarom? Omdat ze…

  • Onvoldoende kennis hebben op het dossier duurzaamheid
    Sommige gemeenten kennen het verschil niet tussen energieneutraal en klimaatneutraal. Een praktijkvoorbeeld van onvoldoende kennis: recent sprak ik een programma-manager duurzaamheid van een middelgrote gemeente die geen idee had welke ambities zij voor haar stad moest formuleren. Of ik daarbij misschien wilde helpen? Dat wil ik natuurlijk best, maar een programma-manager dient zelf kennis te hebben en richting te kunnen geven.
  • Onderbemenst zijn
    Ik schat dat gemeenten 1,7 FTE (fulltime-equivalent) adviseur duurzaamheid nodig hebben per 10.000 inwoners. En dan dek je alleen nog het onderwerp Energie (gebouwde omgeving, schone mobiliteit, duurzame energie) af. Voor verbreding (voeding, industrie, circulaire economie, natuur) zijn meer competente adviseurs nodig. Ik kom nog veel gemeenten tegen waar een medewerker van een andere afdeling (vaak: Ruimte) het onderwerp duurzaamheid ‘er voor een paar uur bij week bij doet’. Dit past niet bij de regierol die van lokaal bestuur wordt verwacht.
  • Naar hun eigen navel staren
    ‘Burgers zouden meer moeten worden betrokken bij het
    kiezen van maatregelen tegen klimaatverandering’. De Nederlander is het in grote mate eens met deze stelling. Alleen gebeurt dit in mijn ervaring onvoldoende. Interne adviseurs zijn veel met elkaar en andere afdelingen in gesprek, maar overleggen niet structureel met inwoners. We zouden de inwoner in de driver seat moeten plaatsen bij verduurzaming. De gemeente is regisseur, zorgt voor het podium en voldoende kennis, de inwoner beslist zoveel mogelijk. Zo ontstaat er een gevoel van eigenaarschap en wordt deze transitie democratischer.

 

”Gemeenten zijn mijn meest geliefde partner bij het realiseren van de klimaatdoelstellingen” – Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat

Wat kunnen we doen om Nederlandse gemeenten regisseur te maken van deze prachtige transitie?

Tip 1 – Zet competente mensen op de juiste plek
Binnen gemeenten rollen adviseurs vaak door van de ene afdeling naar de andere. Bijvoorbeeld van afval naar duurzaamheid. Of van Jeugd&Gezin naar HR. Soms zijn deze mensen (nog) niet geschikt om een rol van adviseur duurzaamheid op zich te nemen. Zet daarom goed getrainde mensen op de juiste plek. En als dat niet lukt: zorg dat de nieuwe adviseur duurzaamheid goede cursussen volgt om inhoudelijk mee te kunnen.

Tip 2 – Zorg voor voldoende mensen
Lokale overheden krijgen steeds meer te maken met landelijke verplichtingen voor verduurzaming. Een greep uit de ballenbak: de Omgevingsvisie, Regionale Energiestrategie (RES), Warmtetransitievisie (WTV) en Nationale Agenda Laadinfrastructuur. Daarnaast hebben lokale politici (terecht) specifieke duurzaamheidsambities waar voldoende geschoolde adviseurs voor moeten zijn. Voor het thema Energie adviseer ik 1,7 FTE adviseur duurzaamheid per 10.000 inwoners

Tip 3 – Zet de inwoner voorop
Zorg voor een efficiënte interne vergadercultuur, zodat er maximaal de tijd is om in gesprek te gaan met de inwoner. Vaak is de burger zelf al voldoende georganiseerd en hoef je als gemeente slechts te luisteren. Een goed voorbeeld is het Energieontbijt van de Amsterdamse beweging 020.25. Dit zou navolging kunnen krijgen in alle Nederlandse gemeenten. De burger organiseert input voor de transitie dan zelf, en de gemeente haalt de voorkeuren van inwoners op.

Simon van de Beek

De auteur is adviseur duurzaamheid voor een Nederlandse gemeente en schrijft deze blog op persoonlijke titel.

Een energieontbijt van 02025. De burger aan zet!

3 reacties

Frans Debets 10 maart 2019 Reageer

Goed pleidooi, maar het moet vooral bij de bedrijven gebeuren. Daarvoor zijn wetten en normen nodig. De rijksoverheid en de wettenmakers ( Tweede Kamer) doen daar weinig aan en de gemeente handhaaft niet. De ouderwetse strenge maar rechtvaardige, niet bange, overheid wordt erg gemist.

Simon van de Beek 10 maart 2019 Reageer

Dag Frans, bedankt voor je reactie. Ik zie daar wel een langzame transitie in – zie bijv. de strenger wordende handhaving van de Wet Milieubeheer. Maar eens dat die rol nodig is!

Liliane Limpens 10 maart 2019 Reageer

“Zet daarom goed getrainde mensen op de juiste plek.”

Keurmerk: Intrinsiek gemotiveerde mensen. Getrainde mensen als criterium – uitsluitend als zij een verbinding hebben met duurzaamheid.

Geef een reactie